NoSpang.com

Interview met Usha Marhé


Foto © Usha Marhé
Bewustwording en empowerment lopen als een rode draad door het werk en leven van de Surinaamse schijfster Usha Marhé. Met haar eerste, taboedoorbrekende boek Tapu Sjén/Bedek je schande – Surinamers en incest trok zij veel aandacht. Een kennismaking met deze inspirerende schrijfster.


Usha wil je ons vertellen waar je geboren bent?

Ik ben geboren in het Sint Vincentius ziekenhuis in Paramaribo, dichtbij de St. Alphonsiusstraat waar mijn ouders toen woonden.

Hoe wil jij je jeugd in Suriname het beste beschrijven?
Zoet en zuur. Ik heb herinneringen die me kracht geven, en herinneringen die me pijn doen. De uitkomst van de optelsom is dat ik zeer blij ben dat ik in Suriname ben geboren en getogen.

Wat is voor jou typisch Surinaams?
Een negatieve associatie: de communicatie over het algemeen, en in het bijzonder je niet aan afspraken houden en ook niet tijdig afzeggen als je niet meer komt of niet melden dat het later wordt. Positieve associaties: het eten, en de mengelmoes van culturen inclusief de bijbehorende talen maken dat ik mij erg rijk voel. Die culturen en talen zijn als een ‘galaxy’ die je verbinden met zoveel interessante en mooie landen in de wereld, zoals onze herkomstlanden India, Ghana, Indonesië, China, en met soortgelijke landen qua geschiedenis zoals Mauritius en Guyana. Door bijvoorbeeld Hindi, Chinees en Bahasa Indonesia te kennen heb je als Surinamer aansluiting op landen met samen meer dan 2 miljard bewoners!

Vanwaar eigenlijk je interesse in schrijven?

Ik heb altijd van lezen en verhalen gehouden, ik was thuis de boekenwurm. Ik kon via al die verhalen mijn horizon verbreden, zo voelde het. Het lezen heeft mij geholpen te ontsnappen aan de autoritaire opvoeding en het autoritaire schoolsysteem die toen normaal waren in Suriname, maar die voor mij een benauwend keurslijf vormden. Eigenlijk voedde ik mezelf op door zoveel mogelijk te lezen. Hoe ik van lezen naar schrijven ben gegaan, kwam door toeval. Vanaf de vijfde klas lagere school wilde ik kinderrechter worden, ik vond dat volwassenen in Suriname niet goed omgaan met kinderen en wilde voor kinderen opkomen, als kinderrechter. Ik zat toen op de Zinniaschool. In de jaren ’80 zat ik op het Miranda Lyceum. Na 8 december 1982 durfde ik geen rechten meer te studeren, omdat juist mensen die zich daarmee hadden bezig gehouden waren vermoord. In 1986, mijn laatste schooljaar, was er een inval van militairen op het Lyceum, studenten werden achterna gezeten door gewapende mannen. Ik zal nooit vergeten hoe angstig we toen waren en hoe we van het schoolerf renden om niet in hun handen terecht te komen. De school werd toen twee maanden gesloten door het militair bestuur van het land, we moesten het hele schooljaar volmaken in de tijd die overbleef. Na het behalen van mijn VWO diploma wist ik door al deze gebeurtenissen eigenlijk niet wat ik wilde doen. Ik woonde toen al zelfstandig, werkte en begon met een avondstudie op het IOL (Instituut Opleiding Leraren), maar dat was zo saai dat ik ermee ben gestopt. Het volgende schooljaar begon ik op de AHKCO (Academie voor Hoger Kunst en Cultuur Onderwijs) met de studie tot maatschappelijk werkster, ik wist dat ik iets wilde doen met en voor mensen. Intussen was ik op zoek naar een nieuwe baan. Bij het nieuwsagentschap SNA zocht de hoofdredacteur naar iemand die hij kon opleiden, en die goed was in talen en vlot was as in mensen durfde aan te spreken. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Via een training on the job ontdekte ik mijn schrijftalent, de hoofdredacteur was net als ik blij verrast. Ik maakte mij het vak ook snel eigen omdat ik van nature nieuwsgierig ben en van verhalen hou, mijn karakter, leesgierigheid en levenshouding vielen heel goed samen met het beroep van de journalistiek. Al dat lezen kwam me nu erg goed uit, het hielp me met het begrijpelijk formuleren van berichten. Voordat ik solliciteerde had ik er nooit eerder aan gedacht om iets met journalistiek of schrijven te doen. Ik ben vreselijk blij dat ik via dit ‘toeval’ mijn talent ontdekte, en heb veel gedaan om het verder te ontwikkelen. Intussen heb ik twee gepubliceerde boeken op mijn naam staan en heb ik veel bedrijven en mensen geholpen hun boekjes of andere publicaties vorm te geven en te publiceren. Met mijn eerste boek Tapu Sjén, over Surinamers en incest heb ik het taboe op praten en schrijven over incest binnen de Surinaamse samenleving doorbroken.

Zit er nog een boek van je aan te komen?
De schema’s voor nieuwe boeken staan in mijn pc, en intussen heb ik nog een idee ontwikkeld voor iets wat een short story of ook een boek moet worden.

Wanneer komen die boeken uit?
Ik kan geen exacte datum noemen. Maar er komt zeker weer een verhaal of een boek. Na het publiceren van mijn tweede boek heb ik besloten een aantal jaren bewust afstand te nemen. Het schrijven van fictie slokt je helemaal op, jarenlang. Je geeft je sociale leven op en je moet ervoor waken om niet te verdwijnen in die parallelwereld waaruit de verhalen komen, de personages worden je familie en lijken net echt. De scheidslijn met de realiteit kan flink vervagen omdat je steeds bij je personages in die parallelwereld vertoeft, je bent en wordt hen, want je moet precies weten wat ze denken en wat hun volgende gedachte of handeling zal zijn, om het verhaal te kunnen schrijven. Sommige auteurs raken verdwaald in die parallelwereld, dat is o.a. met Bea Vianen en Edgar Caïro gebeurd. Zij zijn mijn schrijfvoorbeelden wat Surinaamse auteurs betreft. Maar hierin zijn zij voor mij een waarschuwing: neem afstand na elk boek. De publicatie van een boek, de reacties die erop volgen, de golven die zo’n boek in de maatschappij veroorzaakt, dat alles verandert je leven en je bewustzijn, zeker als je een geëngageerde schrijver bent, ik denk dat het vergelijkbaar is met de geboorte van een kind. Beide boeken veranderden mijn leven compleet, in goede zin. De laatste tijd voel ik de schrijfkriebels weer komen.

Welke titels heb je recentelijk gelezen?
Ik ben nu bezig met Het korte leven maar wonderbare leven van Oscar Wao van de Dominicaanse auteur Junot Diaz. Daarvoor heb ik Mevrouw Verona daalt de heuvel af van de Belgische schrijver Dimitri Verhulst gelezen, en daarvoor twee boeken van de Chileense schrijfster Isabel Allende: Het eiland onder de zee, en Het negende schrift van Maya.

Waarom lees je dat soort boeken?
Door te lezen kun je gratis reizen. En het zijn stuk voor stuk prachtige verhalen. De boeken van schrijvers als Isabel Allende, Junot Diaz, Julia Alvares en Edwidge Danticat fascineren mij enorm, omdat ik via hun werk veel meer leer over het Caraïbisch gebied, waar Suriname sociaalhistorisch deel van uitmaakt. Zo leer je dat Suriname niet uniek is qua recentelijke ontwikkelingen. Je herkent veel van de dynamiek van de Surinaamse situatie vanaf de staatsgreep in 1980 terug in een boek als Het feest van de bok van Mario Vargas Llosa. De titel verwijst naar de bijnaam ‘de bok’ van Rafael Trujillo, die hij kreeg vanwege zijn seksuele driften. Hij heerste langer dan dertig jaar als een wrede dictator over de Dominicaanse Republiek, je kunt zeggen dat hij de Hitler van het Caraïbisch gebied is geweest. Trujillo haatte zwarte mensen, in 1937 gaf hij de opdracht tot de genocide van ongeveer 20.000 zwarte Haïtianen, bij de Dajabón River, een oversteekplaats tussen Haïti en de Dominicaanse Republiek, die ook bekend is onder de naam Massacre River. In de roman Land voor de levenden van Edwidge Danticat beleef je deze periode en de massamoord mee. Er is dus al heel lang een zeer gespannen relatie tussen deze twee landen. Als je dat leest in die romans, dan begrijp je ineens waarom er zoveel Dominicanen en Haïtianen naar landen in de regio zijn gevlucht, ook naar Suriname. En dan begrijp je ook waarom een recent nieuwsbericht van november 2013 zoveel deining veroorzaakt binnen de Caricom. Door een vonnis van het Constitutioneel Hof van de Dominicaanse Republiek dreigt dit land ruim 250.000 personen hun nationaliteit te ontnemen, voornamelijk mensen van Haïtiaanse origine die in de Dominicaanse Republiek zijn geboren. Trujillo is in 1961 vermoord, zijn heerschappij heeft diepe sporen achtergelaten en zal nog heel lang gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het land. Mijn fascinatie ligt in de herkenning met de Surinaamse situatie tijdens de dictatuur van de jaren ’80 en de nasleep die we tot de dag van vandaag voelen. Het is niet precies zo bij ons gebeurd, maar de dynamiek is wel hetzelfde. De angst die de maatschappij verlamt en vergiftigt, de censuur en zelfcensuur, de verdwijningen, de verharding die samen gaat met de verarming van normen en waarden, het systeem van verklikkers, de schaamteloze corruptie, de uitschakeling van organen als de vakbond, het manipuleren van wet en recht, het is allemaal heel herkenbaar.

Ga je over die periode ook een verhaal schrijven?
Heb ik al gedaan. Het laatste verhaal in mijn tweede boek Dulari – de weg van mijn naam speelt in die tijd in Suriname. Via de personages beleef je die tijd mee.

Wat is de reden geweest naar Nederland te vertrekken?
Mijn journalistieke nieuwsgierigheid werd niet echt gewaardeerd door het autoritaire gezag in Suriname, destijds het militair bewind dat aan de touwtjes trok, ook al hadden we in 1987 verkiezingen gehad. Toen ik achter elkaar van twee personen uit het militaire kamp het ‘dringende advies’ kreeg het land te verlaten voor mijn eigen veiligheid, kon ik het gevaar niet meer negeren, ook al was ik kapot van verdriet dat ik weg moest.

Vind je dat Suriname onafhankelijk had moeten worden?
Ik heb daar jarenlang over nagedacht, en ben nu tot de conclusie gekomen dat ik die vraag niet meer zo belangrijk vind, omdat het een feit is dat niet meer terug gedraaid kan worden. Wat voor mij belangrijk is, is om te kijken naar het patroon waarbinnen de formalisering van de onafhankelijkheid heeft plaatsgevonden. Dat patroon is namelijk voorspellend voor de toekomst. In het Engels zegt men: the best predictor of future behavior is past behavior. Als je tussendoor geen pas op de plaats maakt voor zelfreflectie en om van je fouten te leren, dan is dat inderdaad zo. Kijk, het was logisch dat Suriname ooit onafhankelijk zou worden. En hoe je het ook wendt of keert, alle kaarten lagen goed bij de onafhankelijkheid, we bulkten van het geld en de kansen om ons als land en volk te ontwikkelen waren legio. Helaas hebben de keuzes van egoïstische politici ons naar geldverspilling, zakkenvullerij en een staatsgreep toe geleid. Alleen maar afbraak. En natuurlijk moeten we kritisch naar de koloniale periode kijken, maar als je die periode gebruikt om je eigen fouten goed te praten, dan ben je fout bezig. Ik weet dat mensen graag met hun vingertje naar Nederland wijzen - wat overigens een hinderlijke Nederlandse gewoonte is, die Surinamers ook hebben -, maar het wordt tijd dat Suriname ziet dat het zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die er sinds 1975 zijn gemaakt. Sinds we onafhankelijk zijn geworden, is er in wezen niet zoveel veranderd, alleen de mensen door wie we worden uitgebuit zijn van kleur en gezicht veranderd. We zitten als maatschappij gevangen in een slachtoffercultuur. De periode van de kolonisatie is voorbij, maar de structuur van de slavenmaatschappij is nog geheel actief.

Speelt slachtofferschap ook een rol in jouw werk als schrijfster?
Jazeker. Ik heb het jarenlang bestudeerd om het te kunnen doorgronden. Het thema van mijn eerste boek Tapu Sjén is incest en in bredere zin seksueel misbruik. Via de uitwerking van dit thema krijg je een diepgaand beeld van het patroon van slachtofferschap waar onze maatschappij van doortrokken is, en hoe dat nog steeds van generatie op generatie wordt doorgegeven. We hebben daardoor als maatschappij ook veel last van post traumatische stress, zonder dat we het door hebben. Dat zie je onder andere terug in het dagelijkse verkeersgeweld. Slachtofferschap is een reactiepatroon dat je als mens en als maatschappij kunt ontgroeien door bewust verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen keuzes en handelingen. Door ruimte voor zelfreflectie creëer je ruimte voor inzicht en verbetering.

Wat is je grootste ergernis in Suriname?
Ik vind het treurig hoe men zich in het verkeer gedraagt, een auto lijkt wel een moordwapen te zijn geworden. Voor zo’n kleine bevolking heeft Suriname veel verkeersslachtoffers. In 2011 waren er 206.052 geregistreerde voertuigen in het land, en dat op een bevolking van ongeveer een half miljoen mensen en met een wegennetwerk dat er totaal niet op berekend is. Baap re baap… Dat is vragen om problemen. Het rijgedrag is helemaal tegengesteld aan het idee dat de Surinamer van zichzelf heeft: vriendelijk, behulpzaam en vredelievend. Dus echt niet hé.

Wat is je grootste ergernis in Nederland?
De winter. Brrrr…. Ik zal daar nooit aan wennen, van mij mag dat jaargetijde worden overgeslagen.

Wat zijn je hobby’s?
Fotografie, soms doe ik ook betaalde opdrachten. Ik hou van lopen, en kijk graag naar documentaires, comedies en films. Varen over de Surinaamse rivieren heeft voor mij iets magisch. Koken vind ik erg leuk, ik eet geen vlees, dus probeer ik voor de variatie best wel vaak nieuwe recepten uit.



Foto © Navin Kisoensingh

Je bent recentelijk voor een langere periode naar Suriname teruggekeerd. Vanwaar die keuze?
Ik was toen 20 jaar in Nederland. Ik heb er nooit zo lang willen blijven, maar omstandigheden hebben anders beslist. Plotseling ben je dan 20 jaar niet in je geboorteland. Ik liep al een tijdje met de gedachte rond om te remigreren en ik wilde voor langere tijd in de buurt van mijn nanie zijn. Dus heb ik dat gecombineerd door zes maanden te gaan om onder andere uit te zoeken of remigreren voor mijn ontwikkeling zinvol is. Fysiek en emotioneel voel ik me geweldig in Suriname, maar voor mijn schrijfwerk en alles wat daarmee samenhangt was de conclusie destijds dat het onverstandig zou zijn. Voor mij blijft het voorlopig ‘twee landen één gevoel’.

Welk advies zou je de mensen willen meegeven die een terugkeer naar Suriname overwegen?
Ga eerst een half jaar of langer daar wonen voordat je een definitieve beslissing neemt. Je ziet pas hoe het echt is als je weer onderdeel bent van de maatschappij. En als je de stap neemt, wees je bewust van de realiteit: noch Nederland, noch Suriname is voor honderd procent een paradijs. En zoals Roué Verveer het in een eerder interview tegen jou zei: je moet je ervan bewust zijn dat je van een eerste wereldland naar een derde wereldland terug gaat. Maar als je de stap neemt: ga er volledig voor.

Wat mis je het meest aan Suriname?
De warmte, de rivieren, het gekwaak van de kikkers in de avonduren, het gefluit van vogeltjes al voordat de zon opkomt, baden in de regen, de prachtige bloemen en bomen, de vertrouwdheid van dat waarmee je bent opgegroeid en natuurlijk mijn nanie, de persoon in mijn leven met wie ik een sterke verbinding heb. Ik heb mijn tweede boek en mijn bedrijf Bara Babe aan haar opgedragen.

Je bent een tijdje geleden gestart met je onderneming Bara Babe. Zou je ons daar wat meer over willen vertellen? Vanwaar dat idee eigenlijk?
Jaren geleden plaatste ik een keer een foto van zelfgebakken bara’s op Facebook. Echte bara’s, zoals ik van mijn nanie heb geleerd om ze te maken. Sang, als je zag hoeveel reacties daarop kwamen van vrienden uit Suriname, Nederland en elders! Wat bleek: die vrienden vertelden mij dat je noch in Suriname, noch in Nederland nog echte, smakelijke bara’s kunt vinden in de winkels. Aangezien ik ze nooit koop, wist ik dat niet. Toen bleek dus dat bara soulfood is voor heel veel mensen. Ik ben me erin gaan verdiepen en had heel veel lol om samen met mijn vrienden op Facebook van alles te bedenken, zij kwamen met het idee dat ik een bedrijf moest beginnen, en zo is uiteindelijk ook de naam Bara Babe bedacht. Ik vond het wel spannend om het ondernemerschap uit te proberen, maar voordat ik officieel zou beginnen, wilde ik eerst dat mijn nanie me haar asirbaat, haar zegen zou geven. Dus heb ik in Suriname bara’s voor haar gebakken om te proeven, en ze gaf toen haar goedkeuring. Van het een kwam het ander en uiteindelijk heb ik het bedrijf in september 2011 bij de KvK ingeschreven. Je kunt sindsdien vers gemaakte, ouderwets lekkere bara’s bij mij bestellen. Ik maak ze zelf.
(Red: www.barababe.nl)

Ik heb je appelchutney geproefd, hoe ben je op het idee voor appelchutney gekomen?
Bij bara hoort natuurlijk ook spicy chutney. Maar in Nederland heb je geen manja- of birambiebomen om chutney te maken. Ik dacht aan de lessen van onze voorouders, die uit verre landen in Suriname aankwamen en het moesten doen met wat er daar was. Zo hebben de Indiase voormoeders ons de bara en chutney doorgegeven en werd onze bara een typische Caraïbische snack. Dus ben ik zure appels als vervanging van manja gaan gebruiken, en dat levert zeer smakelijke chutney op. Ik ben er trots op dat ik kan zeggen dat mijn bedrijf als eerste aanbieder deze ambachtelijke appelchutney op de markt heeft gebracht.

Wat denk je het meest te missen aan Nederland als je zou terugkeren?
Italiaans, Thais en Indiaas eten, de verbinding met de rest van de wereld, de open communicatie, het diverse aanbod van kunst en cultuur in theaters en andere cultuurhuizen, de toegang tot boeken en informatie, de anonimiteit die voor een schrijver best wel prettig is, de vele culturen die er zijn. En dat het aanvragen en verkrijgen van simpele dingen als een paspoort of een document goed geregeld is, je bent niet afhankelijk van de goodwill van een ambtenaar. En natuurlijk Amsterdam, waar ik woon, het is een bijzondere enclave binnen de nogal provinciaalse kleinheid van Nederland.

Heb je in Nederland ooit met discriminatie te maken gehad?
Seksisme en racisme komen overal voor, dus ja, maar ook in Suriname heb ik ermee te maken. In Nederland kom ik het als zwarte vrouw tegen, als uitsluitingmechanisme wat betreft werk en kansen. En in Suriname kom ik precies hetzelfde tegen, maar dan zoals de maatschappij mij daar ziet, als hindostaanse vrouw. De invalshoek is net anders, maar de gevolgen zijn hetzelfde. Uitsluiting. Zo is mij in Suriname ooit gezegd dat ik geen discussieprogramma - naar het voorbeeld van de Oprah Winfrey Show - op televisie mocht presenteren, omdat het politiek gezien niet kon dat iemand met een hindostaans uiterlijk een nationaal boegbeeld van change zou worden. Tsja… In Nederland is de variatie daarop dat men onbewust denkt dat een zwarte vrouw nooit moderner kan zijn en denken dan een wit persoon.

Heb je politieke ambities?
Ehm… nee, niet echt, want om mee te doen zou ik lid moeten worden van een politieke partij. In een politieke carrière moet je vooral nazeggen wat die partij dicteert en moet je je houden aan de hiërarchie in die partij. Dat druist helemaal in tegen mijn nieuwsgierigheid en onafhankelijke manier van denken.

Stel dat je voor één keer tot president van Suriname zou worden verkozen. Wat zou je dan als eerste hebben aangepakt?
Een sterke, moedige vrouw als president van Suriname. Wauw… Ik hoop dat nog mee te maken voordat ik doodga. Maar misschien is het al geweldig als we meemaken dat een vrouw ooit de leider van een politieke partij wordt. Maar nee, president ga ik niet worden, al fantaseer ik er wel regelmatig over wat er aan leiderschap nodig is, want Suriname heeft werkelijk alles om er een fantastisch land van te maken. Kun je je voorstellen hoe krachtig een maatschappij is, waarvan de fundering wortelt in zelfkennis, zelfvertrouwen, samenwerking, dankbaarheid voor al het moois wat het land ons biedt, en een rechtvaardig rechtssysteem? In zo’n maatschappij gedijt corruptie niet, want het grootste deel van de bevolking zal er dan geen behoefte meer aan hebben omdat zij weten dat op een normale manier aan hun behoeften voldaan zal worden. De omslag naar zo’n fundering is het resultaat van een langdurig proces van bewustwording. Onderwijs speelt daar een belangrijke rol in. Suriname heeft een moedige en bezielende leider nodig die niet dogmatisch en autoritair is, die niet etnisch denkt en handelt, en die van zijn partij geen gang maakt die het land in gijzeling houdt. Een president die durft het verkiezingsstelsel eindelijk in een rechtvaardiger, moderner stelsel te veranderen, ook als dat zou inhouden dat de president die dat doet zijn eigen positie in een volgende ronde zou kwijt raken. Een president die moedig genoeg is om Suriname te transformeren van een zielloze consumptiemaatschappij in een gezondere, bezielde productiemaatschappij. En een president die durft om de ontwikkeling van de ‘groene potentie’ van Suriname voorrang te geven, wat ons in de regio uniek zou maken en het toerisme een voorsprong zou geven. Zoetwater, zonne-energie en andere groene zaken als exportmiddel. Ik kan nog even doorgaan, want er zijn zoveel dingen te doen in ons land. Wat ik zeker zou doen als ik die vrouw zou zijn die president zou worden, is de manier waarop grond wordt verdeeld flink aanpakken. Ik zou met mijn regering en het parlement bekijken hoe je oneerlijke deals terug kunt draaien, en zou laten onderzoeken hoe het mogelijk gemaakt kan worden dat elke Surinamer bij zijn 21ste verjaardag eigenaar kan worden van een eigen stuk grond, tegen een zeer zacht prijsje. Als basis om zelf verder te sparen en te bouwen. Ik geloof erin dat als je mensen vooruitzichten geeft, ze daar energie van krijgen en enorm hun best doen om iets van hun leven te maken. Dat komt de hele maatschappij ten goede. Want mensen die down zijn omdat ze steeds maar moeten hosselen en struggelen om aan hun basisbehoeften te komen, hebben geen energie meer om aan de opbouw van het land mee te werken, integendeel worden ze alleen maar boos en verbitterd. Ja, ik droom van de vele mogelijkheden die ik zie.

Voor wie heb je een enorme bewondering?
Voor al onze Surinaamse voorouders, die in moeilijke omstandigheden toch kans hebben gezien iets achter te laten waarop hun kinderen en kleinkinderen voort konden bouwen, waardoor wij nu zijn waar wij zijn, we stand on their shoulders. Voor mensen als mijn nanie en Nelson Mandela, en nog zoveel andere mensen die against all odds van niets naar iets zijn gegroeid op eigen kracht. Mensen die niet konden steunen op naam en faam, maar die iets wilden doen en bereiken om van deze wereld een betere wereld te maken, en begrepen dat ze eerst zichzelf moesten verbeteren en dat integriteit daarbij een grote rol speelt.

Heb je in het leven bereikt wat je voor ogen had/hebt?
Wat ik voor ogen had als 18-jarige is in 1982 in rook opgegaan, want in december van dat jaar ging de duisternis aan in Suriname. Niet dat er sindsdien niks goeds is gebeurd, maar die duisternis overschaduwt sindsdien alles. Mijn generatie, de huidige veertigers, zou nu het bestuur van het land vormen, als we niet waren weggejaagd toen we tieners en twintigers waren. Door alles wat sinds de decembermoorden is gebeurd, is het grootste deel van de bevolking maar vooral deze generatie getraumatiseerd geraakt, een trauma dat onze verdere levensloop en keuzes heeft bepaald. We moesten met z’n allen bij de dag leren leven en surviven. Wat op mijn pad kwam heb ik opgepakt, en van daaruit heb ik nieuwe keuzes gemaakt. Als ik terugkijk heb ik ondanks alle tegenslagen iets goeds van mijn leven kunnen maken door naar inspirerende voorbeeldfiguren te zoeken, door mijn kwaliteiten te ontwikkelen en er een vast vertrouwen in te hebben dat er altijd iets beters mogelijk is. Wat Suriname betreft hoop ik van harte dat we allemaal mogen meemaken dat het licht weer aan gaat.

Wat vind je van het hele gebeuren rond de amnestiewet?
Het is politieke interventie in eerlijke rechtsgang. Het misbruiken van de wet en democratische instituten om een eerlijke rechtsgang te ontlopen en dwars te zitten is in mijn ogen een grote schuldverklaring. Het is een bewijs van manipulatief leiderschap en van machtsmisbruik.

Hoe zie je Suriname in het jaar 2050?
Ik hou van Suriname, die liefde maakt dat ik in mijn geboorteland zal blijven investeren, en uiteindelijk zal mijn as ook in een Surinaamse rivier worden gestrooid, maar de liefde maakt mij niet blind. Ik denk ook dat je juist uit liefde voor je land en je gemeenschap kritisch moet blijven. Ons land is een prachtige opeenstapeling van mogelijkheden, van natuur, van gecombineerde culturen. Maar als wij ons collectief denken niet veranderen, dan zal er geen change komen, want dan zullen de structuren niet veranderen en zal het in 2050 zijn zoals het nu is. Dertig jaar geleden liepen de straten onder water, nu lopen diezelfde straten nog steeds onder water. Als je wilt dat de toekomst anders wordt dan moet je dingen in het nu veranderen, to create a new history of behaviour, zodat je over dertig jaar kunt zeggen dat de straten niet meer of bij hoge uitzondering onder water lopen.

Welke persoonlijke boodschap zou je willen uitdragen?
Lees en blijf lezen! Kijk verder dan angst, kleur, geslacht, afkomst, religie, landsgrenzen… bevrijd jezelf van die hokjes, dan zul je zien hoeveel ruimte er in jezelf vrijkomt, en hoeveel mogelijkheden je plotseling ziet voor samenwerking en opbouw. Bob Marley zong het zo: ‘Emancipate yourself from mental slavery, none but ourselves can free our mind.’ De auteur Marianne Williamson geeft de richting van dat emancipatieproces mooi weer: “As we let our own light shine, we unconsciously give other people permission to do the same. As we are liberated from our own fear, our presence automatically liberates others.”

Tenslotte woordassociatie:
Politiek - Gebrek aan integriteit
Sport - Onmisbaar voor een gezonde geest en lichaam
Religie - Ik ga liever uit van spiritualiteit
Werk/Carrière - Trots en dankbaar, maar vergankelijk
Vrouwen - Krachtige wezens die meer kunnen dan ze denken
Bouterse - Afbraak. Jammer, jammer, jammer…
Ouders - Hebben vanuit hun beperktheden en mogelijkheden hun best gedaan
Geld - Energie
Vriendschap - Onmisbaar
Burgerlijke staat - Single
Nederland - Groei
Suriname - Thuis
NoSpang.com - Vriendschap

Meer informatie over Usha Marhé op haar website: http://www.ushamarhe.nl/

© NoSpang.com

 


We hebben 300 gasten online

Polls